
“In 2017 zijn er 365 duizend huishoudens met ouders met minderjarige kinderen, die te maken hebben met complexe gezinsverbanden (via stiefrelaties, halfbroers of -zussen) (19 procent), in 1997 waren dat er 232 duizend (13 procent).”
Dit stuk citeer ik uit een stuk geschreven door Ruben van Gaalen en Dominique van Roon van 2 oktober 2020. In 2017 zijn voor het laatst cijfers gepubliceerd over de samenstelling van gezinnen in de maatschappij. De verwachting is echter dat er vandaag de dag meer gezinnen met complexe gezinsverbanden zijn dan in 2017. Wat wordt er verstaan onder complexe gezinsverbanden? Het zogeheten samengestelde gezin, ook wel patchwork family. Een gezin waarin de ouder van een kind gaat samenwonen met een nieuwe partner die vaak zelf ook al kinderen heeft, of waar nog een kindje in het nieuwgevormde gezin geboren wordt.
Deze samengestelde gezinnen geven nieuwe ‘moeilijkheden’ op juridisch gebied. Hierbij kan je denken aan bijvoorbeeld een erfenis. De komende weken zullen een aantal problemen die bij samengestelde gezinnen voor kunnen komen toegelicht worden. Deze week: samengestelde gezinnen en het wettelijke erfrecht.
Ik introduceer hierbij Joop en Cora. Joop en Cora zijn beiden jong getrouwd. Met hun vorige partner kregen ze ieder 2 kinderen. Het eerste huwelijk hield bij beiden geen stand. In de jaren na de relatiebreuk komen Joop en Cora elkaar tegen, worden verliefd, gaan samenwonen en trouwen uiteindelijk. De 4 kinderen komen bij hen in huis wonen. Als Joop en Cora niets regelen met betrekking tot hun nalatenschap dan geldt het wettelijke erfrecht. Dit zorgt ervoor dat de wettelijke verdeling van toepassing is. De langstlevende partner houdt dan al het vermogen onder zich en de eigen (juridische) kinderen krijgen een niet- opeisbare geldvordering. Stiefkinderen worden in het wettelijke erfrecht niet betrokken. Hier ontstaat een scheve verhouding tussen stiefkinderen en eigen kinderen. Vooral in gezinnen waar stiefkinderen en eigen kinderen samen opgegroeid zijn en soms zelfs voornamelijk zijn opgevoed door de stiefouder, kan dit negatieve emoties teweegbrengen.
Maar ook de situatie waarin de langstlevende partner het vermogen in beginsel volledig op mag maken, kan voor vervelende situaties zorgen. Stel dat Joop en Cora pas 6 maanden bij elkaar waren toen zij gingen trouwen en het huwelijk al snel door het overlijden van Joop eindigt. Cora en de kinderen van Joop zijn samen erfgenaam maar Cora mag in beginsel het vermogen geheel opmaken. Bij haar hertrouwen met een nieuwe partner, hebben de kinderen geen mogelijkheid om hun erfdeel op te eisen. Het kan ervoor zorgen dat de kinderen weliswaar nog een vordering hebben, maar dat er geen of onvoldoende vermogen meer aanwezig is om deze daadwerkelijk te voldoen bij overlijden van Cora, omdat het vermogen gedurende haar leven is opgemaakt, vermengd is in een nieuw huwelijk of zelfs is geschonken aan haar eigen (klein)kinderen.
Het is dus verstandig goed na te denken wat de wensen zijn en waar de ‘bescherming’ moet liggen. Ligt die bij de langstlevende of bij de kinderen? Dit zal voor ieder gezin anders zijn. Benieuwd wat er in jullie situatie geregeld kan worden? Neem contact op met ons kantoor.